Lettergrootte | aA | aA

Nazorg na de dotterbehandeling

 

Na de behandeling rijdt men u terug naar de verpleegafdeling. Meestal heeft u dan nog het inbrenghulsje in uw lies, pols of elleboog. Dit laten we nog enkele uren zitten om de kans op bloedingen zo klein mogelijk te houden. Die kans is iets groter vanwege het anti-stollingsmiddel dat u heeft gekregen. Zolang het hulsje in uw lichaam zit kunnen we u ook snel opnieuw behandelen als de gedotterde kransslagader toch nog terugveert.

Op de verpleegafdeling Op de afdeling wordt u onder controle gehouden. Enkele keren neemt men bij u een elektrocardiogram af en vraag of u pijn op de borst heeft. u moet zelf ook melden aan de verpleging wanneer u meer voelt dan een lichte, zeurende pijn.

 

We halen het inbrenghulsje weg wanneer uw toestand stabiel blijft. Het gaatje in de slagader wordt dichtgezet door:

  • 10 a 15 minuten lang met de hand en daarna met een drukverband afgepleisterd;
  • een 'angioseal'. Dit is een speciaal stopje dat in het lichaam oplost.

U ligt nog een paar uur op bed. Ondertussen mag u gewoon eten en drinken. Veel drinken is goed om de contrastvloeistof via de urine snel weer af te voeren. Na een uur of twee mag u wat wandelen op de gang.

dokter en patienten.JPG

Hinder

Met een wond in de lies ondervindt u relatief meer hinder van het verband dan bij een wond in uw pols. U moet de eerste dagen een beetje voorzichtig zijn met het been of de arm waarin u bent geprikt. Dit om eventuele bloedingen te voorkomen.

 

Voor de zekerheid blijft u één nacht in het Hartcentrum Friesland. U mag de volgende dag naar huis, wanneer er natuurlijk geen complicaties optreden.

 

Tot ruim een week na de dotterbehandeling zult u nog een trekkerig gevoel in uw hartstreek houden. Dit gaat vanzelf over.

Vooruitzichten

Uw vooruitzichten om zonder problemen verder te leven, zijn in het algemeen goed. De kans dat u weer klachten krijgt is natuurlijk wel aanwezig:

  • 30 % na dotteren
  • 20 % na stent

Meestal is dat dan al binnen een half jaar, daarna wordt de kans snel kleiner.

 

U ervaart klachten wat vaker bij koud weer of wanneer u zenuwachtig bent.