Lettergrootte | aA | aA

Intra-aortale ballonpomp (IABP)

Wat is IABP?

 

Een intra-aortale ballonpomp (kortweg IABP) is een mechanisch apparaat dat zorgt voor een betere doorbloeding van de kransslagaderen en zuurstofvoorziening van het hart. Hierdoor verbetert de pompfunctie van de linkerhartkamer.

 

Deze behandeling wordt vooral toegepast bij hartpatiënten, bijvoorbeeld na een hartinfarct en/of hartoperatie. De behandeling is altijd tijdelijk. De bewaking en verzorging zal plaatsvinden op de afdeling Hartbewaking of Intensive Care.

 

Wanneer IABP?

IABP-therapie kan in verschillende situaties worden toegepast:

  • in bepaalde gevallen na een acuut hartinfarct ter voorkoming van verdere uitbreiding;
  • in bepaalde gevallen zowel voor als na een hartoperatie ter voorkoming van zuurstoftekort van het hart;
  • bij klachten van pijn op de borst waarbij medicijnen onvoldoende helpen, in afwachting van "dotteren" of een hartoperatie (bypass);
  • bij (verwachte) problemen tijdens of na de dotterbehandeling.

 

Werking IABP

De IABP bestaat uit twee delen;

Een pomp. Deze staat aan het voeteneinde van het bed.

Een ballonkatheter. Een dun plastic buisje dat in uw aorta wordt geplaatst.

Aan de top van de katheter bevindt zich een klein langwerpige ballonnetje dat door de pomp beurtelings gevuld en leeggezogen wordt. Hiervoor wordt (helium)gas gebruikt.

 

Door het plotseling leegzuigen van de ballon net voor de samentrekking van de linkerhartkamer, ontstaat een onderdruk in de aorta waardoor de linkerhartkamer veel minder arbeid hoeft te verrichten. Door het opblazen van de ballon wordt de doorbloeding van de kransslagaderen verbeterd. Op deze manier wordt het hart bij iedere slag ondersteund.

  

Inbrengen van de IABP-katheter

Het inbrengen van de ballonkatheter kan op verschillende afdelingen gebeuren, namelijk: de hartbewakingsafdeling (CCU), de hartkatherisatiekamer, de operatieafdeling (OK) of de intensive-care afdeling (ICU). Onder plaatselijke verdoving van de lies schuift de arts de ballonkatheter via de liesslagader omhoog naar de aorta. Met behulp van röntgendoorlichting wordt gecontroleerd of de katheter op de juiste plaats zit. Hierna wordt direct de ballonpomp aangesloten.

 

Wat betekent de IABP voor u als patiënt?

Wanneer de ballonpomp is aangebracht, merkt u daar het volgende van:

Beperkte bewegingsvrijheid: het been aan de zijde waar de ballonkatheter is ingebracht moet zoveel mogelijk recht gehouden worden, ook tijdens de verzorging. Dit is nodig omdat beweging ter hoogte van de insteekplaats de kans op infectie verhoogt. Ook mag u niet rechtop zitten om te voorkomen dat de katheter wordt afgekneld waardoor bloedvaten beschadigd kunnen worden.

Geluidshinder: de pompwerking is duidelijk hoorbaar. Tevens bevat de pomp verschillende beveiligingsalarmen die geluidshinder kunnen veroorzaken.

Om te zorgen dat u zo min mogelijk hinder ondervindt van de IABP krijgt u zo nodig rustgevende medicijnen.

 

Duur van de IABP-therapie

De IABP-therapie kan gedurende één dag tot enkele dagen plaatsvinden. Zodra uw toestand verbetert kan er begonnen worden met weanen (spreek uit "wienen"); dit is het in fases afbouwen van de IABP-therapie. Hierbij wordt het hart niet meer iedere slag, maar iedere tweede, respectievelijk iedere derde hartslag ondersteund.

 

Verwijderen van de ballonkatheter

Als het 'weanen' voorspoedig verlopen is, zal de arts de ballonkatheter verwijderen. Dit zal óf op uw kamer of op de operatiekamer gebeuren.

Wanneer de katheter op uw kamer verwijderd wordt, wordt het gaatje in het bloedvat in de lies dichtgedrukt met behulp van een speciaal afdruksysteem. Hierna krijgt u voor de periode van 24 uur een drukverband aangebracht.

Wanneer de katheter operatief moet worden verwijderd, hecht de chirurg het gaatje in het bloedvat in de lies.

 

Risico's van IABP-therapie

Alhoewel door jarenlange ervaring met IABP-therapie complicaties veel minder vaak optreden dan vroeger, kunnen zich de volgende problemen voordoen:

Infectie (hoe langer de katheter in het bloedvat zit, hoe groter het risico);

Afsluiting van het bloedvat in het been waarin de ballonkatheter is ingebracht, hierdoor komt de bloedvoorziening van het been in gevaar. Dit is vooral een risico bij patiënten met vaatproblemen;

Bij een verkeerde positie van de ballonkatheter (te hoog of te laag) kan een afsluiting van de sleutelbeenslagader, de halsslagader respectievelijk de nierslagader optreden.

De ballonkatheter veroorzaakt een belemmering in de bloeddoorstroming waardoor bloedpropjes kunnen ontstaan die elders in het lichaam vast kunnen lopen. Hierdoor kan de bloedtoevoer naar de desbetreffende organen worden belemmerd. Om dit te voorkomen krijgt u bloedverdunnende medicijnen. Nadeel hiervan is wel dat de bloedingneiging wordt verhoogd.

Beschadiging van de wand van de liesslagader of de aorta ten gevolge van het inbrengen en opvoeren van de katheter of het continu pompen van de ballon.

Uw arts zal echter altijd het risico van de behandeling afwegen tegen de risico’s van niet-behandelen.

 

Tot slot

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen hebt, kunt u deze altijd stellen aan de verpleegkundige of de behandelend arts.

 

 

Hartbewaking (afdeling S) 058 – 286 67 46

Intensive Care (afdeling O) 058 – 286 67 37

 

©MCL december 2005