Lettergrootte | aA | aA

Dotterbehandeling

 

De behandeling begint met het inbrengen van een catheter (slangetje) in uw ader of slagader. Dit is de geleidecatheter die we eerst gebruiken voor het inbrengen van de contrastvloeistof. Hier kunnen ook weer andere speciale catheters of draden doorheen geschoven worden.

De contrastvloeistof bezorgt u eventjes een warm gevoel. Meestal kunt u vanaf dit moment op de monitor meekijken naar uw kransslagaders en de vernauwingen.

Catheter met een ballonnetje

Wanneer de plaats van de vernauwing is bepaald, schuiven we voor het dotteren een flinterdunne metalen draad door de geleidecatheter naar binnen. Daaroverheen komt dan de catheter met een ballonnetje op de punt. Als het ballonnetje op de juiste plek is aangekomen wordt het opgeblazen. Dit duurt een aantal  seconden tot een paar minuten. Omdat nu de kransslagader wordt afgesloten kunt u het typische beklemmende pijngevoel (angina pectoris) voelen. Dit hoort bij de ingreep.

 

catheterisatie.jpg

Controle

Het opgeblazen ballonnetje duwt de vaatwanden met plaque en al uit elkaar. Als het ballonnetje weer leeggezogen wordt, kan de cardioloog na het toevoegen van contrastvloeistof, op de monitor van het röntgenapparaat zien of de kransslagader goed uit elkaar blijft staan. Lukt dit niet, dan blaast hij het ballonnetje opnieuw op. Net zolang tot het eindresultaat goed is. Daarna worden de catheters en draden weer verwijderd.